Rochus Zuurmond

Rochus Zuurmond (1930-2020) was predikant in Wijckel en later studentenpredikant in Delft. In 1981 werd hij de opvolger van Frans Breukelman als docent hermeneutiek aan de theologische faculteit van de UvA. Daar trad hij in 1991 aan als hoogleraar Bijbelse Theologie. Een uniek moment, omdat het de eerste keer in Nederland was dat een kerkelijk hoogleraar het vak Bijbelse Theologie als enige en specifieke leeropdracht kreeg. Een discipline waarin de vele lijnen van de theologie samenkomen, waarin exegese, hermeneutiek en dogmatiek met elkaar in wisselwerking worden gebracht: ‘…de Bijbels theoloog dient in zijn eentje een “multidisciplinaire aanpak” te vertegenwoordigen. Dat is de uitdaging en de charme van dit vak. (…) In de versplintering der “vakken”, alle met hun hooggetrainde specialisten, probeert de Bijbels theoloog de eenheid in het oog te houden,’ aldus Zuurmond in zijn oratie.


(foto: Lieke van Zanden)

Rochus Zuurmond was in dit samenbindende vak in zijn element. Zijn kennis was indrukwekkend, hij was op de hoogte van de Griekse klassieken, het vroege Jodendom en de kerkvaders tot en met de twintigste-eeuwse filosofie. Het deed in zijn theologiseren allemaal mee. Internationale bekendheid verwierf hij door zijn werk aan de Ethiopische tekstversie van het Marcus- en het Mattheüsevangelie. Nog altijd geldt hij als dé autoriteit voor de wetenschap van de Ethiopische liturgische en bijbelse taal, het Ge’ez. Hij verzamelde wereldwijd ongeveer 150 exemplaren van Ethiopische handschriften en analyseerde aan de hand daarvan de ontstaansgeschiedenis van het Ethiopische Nieuwe Testament. Het film- en fotomateriaal alsmede zijn archief zijn ondergebracht in collecties in de Verenigde Staten, waar het verder wordt gedigitaliseerd en onderzocht.

Deze grondige kennis van de ontstaansgeschiedenis van de tekst van de bijbel maakte dat hij dusdanig vertrouwd was met de teksten zoals die er nu liggen, dat hij het specifieke van de bijbelse stemmen des te meer voor ogen had. Daarin lag Zuurmonds hartstocht toch wel het meest: de zeggingskracht van de bijbelse teksten onder woorden te brengen. Er waait in de teksten van de bijbel – in alle verscheidenheid en veelkleurigheid, zelfs ook met alle tegengestelde geluiden – een geest die kracht heeft. ‘The Power of the Word,’ is de veelzeggende titel van een artikel uit 1996. Het woord van de Bevrijdergod van de bijbel is niet toe te eigenen, is niet te pakken, maar wij wórden gepakt, uitgedaagd, in een nieuwe werkelijkheid gezet. En dan ook getroost, wat in bijbelse zin wil zeggen: ‘er wordt een nieuwe begaanbare weg voor ons geopend.’

Een centraal aspect van Zuurmonds denken is dat binnen de theologie altijd de vraag naar de macht gesteld moet worden: wie trekt er aan de touwtjes? Wat zijn de belangen? Welke krachten laten wij in ons spreken, denken en handelen leidend zijn? En ook: wie of wat noemen wij ‘God’? Dit laatste mag nooit een vanzelfsprekendheid worden, het woordje ‘God’ moet steeds weer opnieuw kritisch met inhoud gevuld worden vanuit de bevrijdende bijbelse verhalen. Anders wordt God maar al te gauw tot een verlengstuk van onze eigen categorieën. Deze benadering maakte Zuurmond tot een maatschappelijk geëngageerd theoloog; zo was hij in 1974 een van de oprichters van de Nederlandse tak van de vereniging Christenen voor het Socialisme. Hij had een scherp oog voor de actualiteit en voor tendensen in de samenleving en droeg uit dat theologie zich niet op een neutraal veld afspeelt, maar volop in een politieke en maatschappelijke context staat.

Te midden van de vele publicaties mag Zuurmonds boek over de historische Jezus niet ongenoemd blijven. In Verleden tijd? toont hij aan dat wij historisch veel minder over Jezus weten dan traditioneel wordt aangenomen en dat het ook maar de vraag is of de historische Jezus wel de ‘echte’ Jezus is. Het bijzondere van het Nieuwe Testament is dat daar, aldus Zuurmond, wordt gesproken over ‘de Jezus van de schriften’ die, theologisch gezien, het uitgangspunt zou moeten zijn van een bijbelse reflectie over wie ‘God’ is. Dat is dan ook de betekenis van de belijdenis van ‘Jezus als de zoon van God’. Dit mag volgens Zuurmond nooit betrokken worden op de historische Jezus, maar alleen op de Jezus waarover wordt gesproken in de bijbelse teksten.


(foto: Tjerk de Reus)

De boeken die hij in de laatste jaren schreef, hebben een breed publiek op het oog: ‘Niet te geloven’ over de Apostolische Geloofsbelijdenis, ‘In hemelsnaam’ over het Onze Vader en ‘God en de moraal’ over de vraag naar de christelijke ethiek. In dat laatste boek maakt Zuurmond duidelijk dat het in de bijbel niet gaat om de vraag wat wel en niet mag. Het gebod is een geschenk, aldus Zuurmond. Het is een toezegging, geen opgeheven wijsvinger en sluit alle moralistische toepassingen dus uit. Hier is de God aan het woord die zijn geknechte mensen een weg ter bevrijding schenkt. Met deze eigen inbreng heeft het werk van Rochus Zuurmond nog geenszins aan kracht en relevantie ingeboet, er is nog van alles te ontdekken juist ook met het oog op de toekomstbestendigheid van exegese en Bijbelse theologie.